 |
Een brok geschiedenis
Afgezien van zijn Romeinse verleden, dateert Le Paradou uit het begin van de middeleeuwen (Xde eeuw). Het dorp kent een zekere bloei tijdens de XVIIde en XVIIIde eeuw (de kerk, het Brabanthuis). Maar het is pas vanaf 1896 en de opening van het station "Paradou-Les-Baux de Provence" dat het dorp zijn 20ste-eeuwse leven begint. De opkomst van de automobiel haalt het dorpje uit zijn isolatie en opent nieuwe toeristische perspectieven.
|
|
|
|
Mistral beschreef Le Paradou als een "lieftallig dorpje" in de Baux de Provence-vallei, "waar de huizen met de losse hand gezaaid lijken en waar 's zomers de droogte op de loer ligt, maar toch genoeg groen is, dankzij het beekje van de fontein van Arcoule".
|
|

De romeinse site
|
|
|
|
|
Men zou denken dat "Le Paradou" staat voor "het paradijs", omdat het leven er zo zalig is, maar in feite betekent de naam "vollersmolen", een plaats waar laken werd bewerkt.
Het dorp telt 1200 inwoners en ligt genesteld aan de voet van Les Baux de Provence.
De voornaamste inkomsten komen van de productie van de vermaarde olijfolie uit de Baux de Provence-vallei.
Deze kleine gemeenschap heeft haar authentiek karakter bewaard en is trouw gebleven aan haar aloude tradities.
Het is trouwens het thuisland van de Provençaalse schrijver/dichter Charloun Rieu (1845-1924), boezemvriend van de beroemde Frédéric Mistral. |
|
|
|
|
|
 |